Meld u hier aan voor onze nieuwsbrief | direct contact 035 543 19 85 | info@ecoutez.nl

Bekijk hier onze laatste nieuwsbrief

U HOORT ER WEER BIJ

Blij met mijn hoortoestel. Hadden ze ook maar zo’n oplossing voor andere gezondheidsproblemen.

Blij met mijn hoortoestel. Hadden ze ook maar zo’n oplossing voor andere gezondheidsproblemen. 17 februari 2022Leave a comment

Een wandeling met een goed gesprek. Een mooie manier om het verhaal te horen achter mensen met een gehoorprobleem. Wie zijn het? Wat beweegt hen? Hoe leven zij met een hooroplossing? Aan het woord is Roelof Koops (78), in zijn werkende leven was hij lasser, sinds hij gepensioneerd is, buitenmens en honderd procent opa.
-door Annet Koops –

Het zachte gebrom van de scootmobiel vergezelt ons tijdens de wandeling. Dat wil zeggen, ik loop en mijn vader rijdt. Want door een spieraandoening doen zijn benen het niet goed meer. Met zijn hoofd is niets mis, zegt hij lachend. We gaan naar het park vlakbij het centrum en kletsen honderduit. Over koetjes en kalfjes, en de rode draad in zijn leven. Dat hij een hoorapparaat heeft, maakt alle verschil in ons contact. Toen hij dat toestel namelijk nog niet had kon hij dit soort gesprekken niet voeren. Toen was naast elkaar lopen en praten onmogelijk voor hem. Omdat hij slecht hoorde moest hij je aankijken om je te verstaan. Nu keuvelen we terwijl we wandelen. Een verademing, noemt hij de hooroplossing dan ook. Hij heeft jarenlang geprobeerd wel te horen en zonder hulpmiddel mee te doen met alles in het leven. Werken, leren, verjaardagen, oppassen op kleinkinderen…. Ging best, vond hij. Maar toen hij op een dag de telefoon niet meer op durfde te nemen en zijn vrouw minstens twintig keer in een gesprek dingen moest herhalen, vond hij het welletjes. ‘Daarvoor moest ik wel al mijn moed en lef bijelkaar schrapen hoor’, zegt hij eerlijk. ‘Het lijkt misschien een eenvoudige stap, maar zo was het niet. Ik moest voor iets anders bij de huisarts zijn en heb toen ook genoemd dat ik af en toe wat slecht hoorde. Zij wist genoeg en stuurde me naar de KNO-arts omdat ze vermoedde dat er meer aan de hand was. Ik had ook last van mijn rug en knieën namelijk. Gelukkig hadden die zaken niet met elkaar te maken, bleek in het ziekenhuis. De KNO-arts maakte een audiogram en kwam tot de conclusie: slechthorendheid. Hoogstwaarschijnlijk door constante blootstelling aan lawaai.’

Weer en wind
Dat vindt mijn vader niet verrassend. ‘Vanaf mijn veertiende heb ik de metaal gewerkt. Vaak ik grote hallen en loodsen waar metaal tegen elkaar knalde. Motoren aan stonden, de decibellen waren er niet van de lucht, zeg maar. Dat is niet fijn voor je oren. Ook was ik lasser op stellages in de buitenlucht waar gas werd gewonnen. Weer en wind en veel lawaai van de werkzaamheden…Maar ja, we deden er niets aan. De Arbowet bestond nog niet, en al die mannen onder elkaar…. Je was toch geen watje? Schoenen met ijzeren neuzen, een helm en een overall waren bescherming genoeg. Vond men.’

Gekwaak en gespetter
We gaan even op zitten op een bankje. Althans, ik. Mijn vader zit al. We kijken in stilte naar de eenden in de vijver. Naar het gekwaak en gespetter. Het is een grappig tafereeltje. Dan vraag ik hem wanneer hij merkte dat zijn gehoor slechter werd. ‘Ik was denk ik veertig of zo toen ik me af en toe realiseerde dat ik niet alles meer hoorde. Mama moest ook vaak iets herhalen. Die had het eigenlijk eerder in de gaten dan ik. Maar ik vond het toen veel te vroeg om naar de audicien te gaan. Ik had ook nog geen leesbril, dus die oren moesten nog maar even wachten. Tot ik echt oud was.’

Mijn vader rekent even uit hoeveel jaren hij volgens hem zelf slechthorend is geweest zonder dat hij er iets aan heeft gedaan. ‘Misschien wel 20 jaar. Ik leerde heel goed te compenseren. Keek goed, zat dichtbij, of deed of iets me niet interesseerde. Op de tribune van het voetbal hoefde ik echt niet het geschreeuw te horen, als ik de wedstrijd maar zag. En als ik op een verjaardag niet alles meekreeg van dat familielid wat ik toch al niet mocht, haalde ik m’n schouders op. Als ik met mensen wilde praten, sprak ik ze één op één.’

Goede score
Sinds hij een paar jaar geleden een hoortoestel kreeg, weet hij weer waarom meedoen zo belangrijk, maar ook leuk is. ‘Niet horen is niet meedoen. Dat weet ik nu. Je zondert je steeds meer af. Niet meer naar theater, niet meer naar bijeenkomsten. We fietsten ook heel veel. En ook toen kreeg ik niet alles meer mee. Het verkeer om je heen, kon ik niet helemaal meer horen. Onveilig hoor! En wat te denken van de geluiden in de natuur die ik niet meer hoorde. Ik wil niet zeggen dat ik alles weer hoor, maar heel veel wel. Toen mijn kleinzoon laatst een testje deed om te kijken wat ik nog hoorde, scoorde ik gewoon als een volwassene. Aan hem kon ik niet tippen. Hij is negentien, en zit nog in de bloei van zijn gehoorleeftijd!’

Kringetje
Raad je anderen aan om een gehooroplossing te nemen, vraag ik mijn vader als we weer terug naar huis gaan. ‘Ik ben een tijdlang vrijwilliger geweest in verzorgingstehuis. Ik zag wat slecht horen met je doet als je niet meer onderdeel bent van het kringetje. Letterlijk hè. Niet meer kunnen doen aan het gesprek. Dan zaten mensen in de stoel erbij, maar hoorden ze niet meer wat de buurvrouw zei. Dan moest je bijna zwaaien om aandacht te krijgen. Zo frustrerend vond ik dat. Vind ik dat. Ik zou ze inderdaad willen zeggen: doe er iets aan. Je krijgt er zoveel voor terug!’

Als we in de kamer zijn, loopt hij met een wandelstok naar zijn stoel en zegt hij: ‘Mijn benen doen het steeds minder helaas. Ik zal uiteindelijk wel in een rolstoel terechtkomen. Helaas hebben ze geen oplossing voor die spierverzwakking. Niet zoals daar een hoortoestel is voor mijn doofheid. Zo fijn dat ik weer goed hoor en mee kan doen met gesprekken en zo. Het is ontzettend belangrijk te kunnen kaarten en praten, of te kunnen kletsen op verjaardagen met mijn kleinkinderen. Dat wil ik niet meer missen.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.